8 juli 2017

Overzicht maatregelen landbouwbeleid intensieve veehouderij juli 2017

In de nacht na vrijdag 7 juli 2017 heeft Provinciale Staten na een lang debat de voorstellen van het provinciebestuur voor een versnelde verduurzaming van de intensieve veehouderij in Brabant goedgekeurd. De Statenfractie van de PvdA is tevreden met het behaalde resultaat en ziet het als een goede eerste stap naar een duurzame landbouw in Brabant. Tegelijkertijd erkent de PvdA de sociale gevolgen die het besluit kan hebben voor sommige boeren en zet zij daarom in op een goed flankerend beleid, met o.a. een mobiliteitscentrum, om deze gevolgen op te vangen.

De PvdA in Brabant heeft in haar verkiezingsprogramma opgenomen dat gezondheid, een goede leefomgeving en een behoud van de Brabantse natuur belangrijke redenen zijn om extra in te zetten op een afname van de overlast die wordt veroorzaakt door de intensieve veehouderij. Dit kan het beste door met maatregelen de veestapel te verkleinen. De mogelijkheden van de provincie zijn daarin echter beperkt. De provincie kan alleen indirect sturen op dierenaantallen, op basis van ruimtelijke ordening en de Natuurbeschermingswet.

De besluiten die op 7 juli zijn genomen komen in de praktijk neer op het volgende:

Strengere eisen voor stallen
Het verminderen van de ammoniakuitstoot bij bestaande stallen wordt aangescherpt en gaat ook gelden voor geiten en koeien.
De aanscherping geldt voor alle stallen op een bedrijf die 15 jaar (varkens) of 20 jaar (koeien) oud zijn en niet zijn aangepast in de tussentijd. Berekeningen over het totaal (we noemen dat “intern salderen”) zijn niet meer mogelijk en dus moeten alle stallen op het erf voorzien zijn van aanpassingen, bijvoorbeeld luchtwassers. Dit leidt tot minder geur en ammoniak en, als de betere technieken worden ingezet, ook tot veel minder fijnstof.
Stallen moeten versneld (eerder dan 2028) worden aangepast. Boeren die hun stallen nog nooit hebben aangepast aan strengere milieueisen, omdat ze gebruik hebben gemaakt van de zogenaamde stoppersregeling*, moeten als ze toch doorgaan op 1-1-2020 alle stallen op orde hebben en aan de nieuwste eisen voldoen. Hebben ze ooit eerder investeringen gedaan en voldoet het bedrijf aan het huidige landelijk Besluit Emissiearme Huisvesting, dan krijgen ze voor de nog niet aangepaste stallen de tijd tot 2022. Ze moeten wel al op 1-1- 2020 gestart zijn met een realistisch vergunningstraject.

Mest
Er mag in Brabant evenveel mest bewerkt worden als het overschot dat Brabant zelf produceert.
Dat gebeurt in principe op bedrijventerreinen. Uitzonderingen zijn mogelijk voor melkveehouders die samenwerken (tot maximaal 25000 ton per jaar) of voor bedrijven binnen een straal van 2 km die de mest per pijplijn naar een gezamenlijk centraal punt sturen.

Stalderen
Wie in Midden- en Oost-Brabant een 100m2 nieuwe stal wil bouwen, moet elders binnen 6 aangewezen compartimenten een in gebruik zijnde stal van 110m2 inleveren. Voorlopig geldt deze regeling niet voor koeien en schapen. De stallen moeten in de afgelopen drie jaar voor vee zijn gebruikt. De provincie organiseert een stalderingsloket om het stalderingsysteem uit te voeren.
De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), waarmee bovenwettelijke verplichtingen gevraagd worden, wordt op onderdelen gewijzigd en voor milieueisen aangescherpt. Het voorstel van GS ligt momenteel in de inspraakronde.
Als een overlast gevend bedrijf volledig wordt opgeheven, kan ruimte gegeven worden om een bouwblok van 2,5 hectare toe te staan. De gemeente bepaalt wat een overlast gevende situatie is (provincie toetst) en de gemeente bepaalt ook of en waar ze deze grote stallen zou accepteren (zie verder paragraaf 2).
Als een boer de hoge BZV-score 8,5 haalt mag een gemeente 2,0 hectare bouwblok toestaan. Er moet dan ook worden gestaldeerd voor 110% van de nieuwe m2.

Wat zijn de effecten?
De aangenomen verordeningen hebben de volgende effecten tot gevolg:

Aangepaste stallen geven minder ammoniakuitstoot en dat levert verbeteringen op aan de natuur (minder stikstof) en aan de leefomgeving (minder stank).
Het aantal stallen in de Kempen en de Peel neemt naar schatting met ca. 15-17% af. Dit leidt tot minder geuroverlast en minder fijnstof. Van beiden is aangetoond dat het schadelijk is voor de volksgezondheid. En omdat juist in fijnstof de ziektekiemen zitten die de uitbraak van zoönosen veroorzaken (zoals Q-koorts), zal de leefomgeving ook veiliger worden.
Er komen wat grotere bedrijven (niet zozeer 2,5 ha, maar de 1,5 ha meer benut), maar deze zijn wel technisch beter voor het milieu en staan op grotere afstand van wonen en natuur.
Het aantal dieren neemt af, al zal het nog wel langzaam gaan. In overbelaste gebieden is de afname groter dan elders in Brabant. Er is zeker geen groei meer van de veestapel.
De sanering van oude stallen wordt via staldering door de sector zelf betaald en niet door de overheid.
Voor sommige bedrijven zijn de maatregelen pijnlijk. De provincie gaat voor bedrijven daarom een flankerend, sociaal beleid inzetten. De economische werkelijkheid laat zien dat de laatste decennia veel bedrijven zijn gestopt en het aantal grote bedrijven is blijven toenemen. Dat laatste vaak op meerdere locaties. Vooral verouderde gezinsbedrijven worden al jarenlang bedreigd en met de plannen van de provincie zullen ze vaak eerder moeten stoppen dan in 2028. Veel van de bedrijven die door dit maatregelenpakket van de provincie zullen stoppen zouden dit anders een aantal jaren later doen.

Wat vindt de PvdA-fractie Noord-Brabant?
Zoals eerder vermeld, heeft de PvdA positief ingestemd met deze plannen. De plannen laten een verbetering zien van de leefomgeving en natuur. De veestapel kan voor het eerst na decennia niet meer verder groeien en leidt in overbelaste gebieden zelfs tot een lichte daling.

Hoewel verbetering altijd mogelijk is, zijn de plannen dus duidelijk een omslagpunt naar een gezondere leefomgeving en een duurzame veehouderij. De prijs die de maatschappij en de natuur op dit moment voor deze sector betalen is simpelweg te hoog. Ingrijpen is daarom onvermijdelijk. De PvdA-Statenfractie ziet de voorliggende plannen als een eerste stap in de goede richting.

Tegelijkertijd zien we een sector die het deels moeilijk heeft. Dit is een economische werkelijkheid waar we een flankerend, sociaal beleid naast zetten. We sluiten niet uit dat er door de marktwerking een verdere afname van het aantal boeren komt. Bedrijven in Nederland, ook de grote bedrijven, gaan het moeilijk krijgen met concurrentie vanuit landen waar nog veel grond is en de milieuregels minder streng zijn. Andere verdienmodellen en consumenten die meer willen betalen voor duurzaam geproduceerd (streek)vlees zijn belangrijker voor de toekomst van de sector dan regelgeving van de landelijke en provinciale overheid. De komende tijd is het voor de PvdA-Statenfractie belangrijk om te zorgen dat de sociale gevolgen voor boeren door deze economische ontwikkeling goed worden opgevangen, dat kleinschalige verdienmodellen zoals biologische landbouw gestimuleerd worden en we verder werken met de sector aan een duurzame veehouderij.