Zeker zijn van een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving

De ruimte is van ons allemaal en tegelijkertijd van niemand in het bijzonder. Dat betekent dat we met elkaar de verantwoordelijkheid dragen voor een goede inrichting van onze leefomgeving die anderen niet schaadt en volgende generaties geen kansen ontneemt. Om dat te bereiken is een provincie nodig die enerzijds ruimte biedt aan mensen om mee te beslissen over de inrichting van de ruimte en anderzijds grenzen stelt en die ook durft te bewaken in het belang van ons allen.

 

Ruimtelijke kwaliteit, natuur en water

De kwaliteit van de ruimte waarin wij wonen, werken en recreëren is van essentieel belang. Het is fijner leven in een mooi landschap en ons welzijn en onze gezondheid hebben veel baat bij groen en water om ons heen. Onze gezondheidsbeleving wordt namelijk voor de helft bepaald door omgevingsfactoren en juist daarop heeft de provincie grote invloed.

Ook voor dieren en planten is de kwaliteit van de omgeving van groot belang. Als gevolg van met name de intensieve landbouw in Brabant en de daarbij behorende ammoniakuitstoot, staat de biodiversiteit in Brabant fors onder druk. Versnelde reductie van de stikstofdepositie op natuur is dan ook van het grootste belang om het natuurlijke systeem in stand te houden.

Daarom wil

de PvdA het volgende:

Gezondheid is een thema dat alle Brabanders aangaat en dus ook relevant is voor het werk van de provincie. Met name als het gaat om een gezonde leefomgeving ligt het primaat bij de provincie. Brabant moet de gezondste provincie van Nederland worden.
Bij het inrichten van de ruimte gaan gezondheid, veiligheid en duurzaamheid altijd boven het economische belang. Dat betekent dat het voorzorgsprincipe wordt toegepast als het gaat om economische ontwikkelingen (bijvoorbeeld veehouderijen of industrie) in de buurt van woningen of natuur.

De provincie blijft de leefomgeving van de Brabanders beschermen via de provinciale Omgevingsverordening. Dit doen we met ambitieuze omgevingswaarden, strenge provinciale normen en juridische bezwaarmogelijkheden voor omwonenden en maatschappelijke organisaties. De Brabantse burger moet kunnen vertrouwen op een gezonde en veilige leefomgeving.

De provincie blijft ook na invoering van de Omgevingswet gemeente overstijgende maatschappelijke belangen zoals de kwaliteit van de leefomgeving, water, milieu en natuur beschermen.
Gezonde lucht is voor alle Brabanders belangrijk. In Brabant is de luchtkwaliteit door onder andere de hoge bevolkingsdichtheid, grote veehouderij en industrie en ligging ten opzichte van het Ruhrgebied een van de slechtste van Europa. De provincie neemt een actievere rol in het verbeteren van de luchtkwaliteit en stelt een meerjarenaanpak op. Een betere luchtkwaliteit zorgt ervoor dat de Brabanders langer en gezonder leven.

Het is code rood voor de biodiversiteit in Brabant. We zetten de aanpak om de stikstofdepositie op onze natuurgebieden terug te dringen dan ook krachtig voort. Meer stikstof uitstoten dan van de Europese Unie mag, kan niet en willen we niet. Daarom moeten we, gezien de afnemende ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, scherpere keuzes maken. We sturen daarom met een strikt brongerichte aanpak met duurzaamheidscriteria volop op echte duurzaamheid in alle sectoren en dringen zo het

beroep op ontwikkelruimte verder terug. Toegekende ontwikkelruimte die niet binnen twee jaar is gebruikt komt weer te vervallen en dient opnieuw aangevraagd te worden rekening houdende met de dan geldende duurzaamheidscriteria.

  • Het Natuurnetwerk Brabant wordt op tijd, in 2027, afgemaakt, waarmee een robuust natuurlijk systeem ontstaat waarin flora en fauna goed gedijen. Dat systeem verdient optimale bescherming.
  • Ons doel is niet alleen om de Brabanders vaker de natuur te laten bezoeken, maar ook om meer natuur in de leefomgeving van de Brabanders te realiseren. We blijven gemeenten daarom stimuleren om meer groen en water in en nabij woonwijken te realiseren. Dit is ook goed om hittestress te voorkomen.
  • Het veranderende klimaat met piekbuien en langdurigere periodes van droogte vraagt om een bewustere omgang met water. In tijden waarin veel regen valt, wordt het water zoveel mogelijk gebufferd zodat het in drogere periodes kan worden benut. Alle sectoren dragen bij aan waterbesparing.
  • Rond natuur- en waterwingebieden wordt het gebruik van bestrijdingsmiddelen aangepakt om uitspoeling te voorkomen. In andere gebieden wordt het gebruik zoveel mogelijk ontmoedigd.
  • De kwaliteit van het Brabantse oppervlaktewater is nog steeds onvoldoende. De in Europa vastgestelde normen voor 2027 (Europese Kaderrichtlijn Water) worden niet gehaald omdat verbeterprogramma’s door de Rijksoverheid steeds vooruit worden geschoven. De PvdA wil dat Brabant zich wél inzet om de KRW-doelen te halen. Watervervuiling is daarbij een fors probleem en pakken we bij de bron aan. Zo moet de uitspoeling van mest, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten en drugs stoppen.
  • De provincie blijft investeren in het sluiten van kringlopen van alle materialen door hergebruik van materialen en reststromen zoveel mogelijk te bevorderen en afval tot nul te reduceren. Initiatieven als de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom blijven we steunen.
  • In 2024 moet alle asbest in Nederland gesaneerd zijn. Dit is al jaren bekend, maar er wordt nog maar weinig actie ondernomen door gebouweigenaren. De provincie gaat de sanering van asbest niet subsidiëren, maar zorgt er wel voor dat de kosten kunnen worden beperkt door bevordering van innovatie, door de saneringsvraag van particulieren te bundelen en door alternatieven, zoals zonnepanelen (voor daken) en herontwikkeling (gebouwen) aan te moedigen.

    Landbouw

    Brabant heeft een enorme varkens- en pluimveesector die met veevoer uit Zuid-Amerika vlees produceert voor de Chinese markt. Terwijl de overlast en afval in Brabant op de samenleving, het milieu en de natuur worden afgewenteld. Het in Brabant produceren van zoveel mogelijk vlees tegen een zo laag mogelijke prijs voor de wereldmarkt is wat de PvdA betreft een doodlopende weg. Brabant is koploper in het voedsel van het verleden.

    De PvdA staat voor een gezonde en duurzame landbouw die in balans met zijn omgeving opereert. We moeten naar een natuur inclusieve landbouw toe die meerwaarde biedt voor de regionale markt en omgeving. Die landbouw heeft de potentie in zich om ook boeren een nieuw perspectief te bieden, al

dan niet in de veehouderijsector. Deze omslag kan niet worden gemaakt zonder een stevige rol van de (provinciale) overheid.

Het beheersen van de omvang van de veestapel door middel van staldering (iedere m2 stal erbij is elders 1,1 m2 eraf) en het versneld terugdringen van de ammoniakemissies uit stallen zijn een stap in de goede richting, maar zijn nog geen garantie voor de transitie naar een houdbaar landbouwsysteem. Burgers lijden immers nog steeds onder stank en fijnstof, boeren zuchten onder een schuldenlast en flinterdunne marges en de natuur gaat kapot aan stikstof. Ook is het dierenwelzijn in de reguliere veehouderij nog steeds slecht. Het maatschappelijk draagvlak voor de intensieve veehouderij staat bovendien zwaar onder druk. Dit systeem kent veel verliezers en weinig winnaars.

Naast een kleinere en grondgebonden veehouderijsector willen we inzetten op de transitie van dierlijke naar zoveel mogelijk plantaardige eiwitten, die veel minder belastend zijn voor de aarde, omgeving en natuurlijk voor dieren. Planten hebben de toekomst! Ook slimme alternatieven voor dierlijke eiwitten zoals kweekvlees stimuleren we. Brabant dient wereldwijd koploper te worden in het voedsel van de toekomst.

Daarom wil de PvdA het volgende:

  • Een forse vermindering van de veestapel in Brabant is noodzakelijk. Boeren die overblijven dienen zoveel als mogelijk grondgebonden (bij voorkeur biologisch) te werken, zo sluiten we kringlopen en maken we de veehouderij minder belastend voor de omgeving. De in 2017 genomen maatregelen om de veehouderij te verduurzamen worden doorgezet.
  • Als landbouwprovincie én hightech provincie bij uitstek heeft Brabant alles in huis voor een transitie naar een duurzamer voedselsysteem, mits we de aanwezige kennis en infrastructuur ook echt voor dat doel inzetten. Wat de PvdA betreft zet de Brabantse agrofoodsector met hulp van de provincie volop in op de transitie naar plantaardige eiwitten en veelbelovende innovaties als kweekvlees. De provincie investeert daarom samen met de sterke Brabantse voedingsmiddelensector en kennisinstellingen zoals de HAS en het Brainport Food Tech Park in een nieuwe kennisinstelling waar plantaardige eiwitten worden ontwikkeld. Daarbij is een nauwere samenwerking tussen de TU/e en Wageningen University Research waardevol.
  • Mestverwerking houdt het huidige landbouwsysteem in stand en biedt geen prikkel tot daadwerkelijke transitie. Daarom is het wat de PvdA betreft alleen verdedigbaar als een streng gereguleerde overgangsmaatregel om het huidige mestoverschot weg te werken en het illegaal dumpen van mest tegen te gaan. Op termijn moeten we echter toe naar een grondgebonden landbouw die niet meer mest produceert dan we in Brabant ecologisch verantwoord kunnen afzetten.
  • Om het publieke belang van zuivere lucht, schoon water en een gezonde bodem te dienen, gaat de provincie samen met gemeenten en waterschappen een actieve grondpolitiek voeren. Overheidsgronden worden voortaan alleen nog onder strenge voorwaarden op het gebied van duurzaamheid verpacht. In overbelaste gebieden worden op basis van regionale omgevingsvisies gericht gronden aangekocht en/of zachte leningen verstrekt aan grondcoöperaties. Die grond wordt onder voorwaarden meerjarig verpacht aan boeren die extensiever werken en meerwaarde bieden voor de regionale markt en omgeving. Op die manier zetten we concrete stappen in de transitie van de landbouw die Brabant zo nodig heeft en bieden we boeren een nieuw perspectief.
  • De provincie zoekt samen met andere overheden naar methoden om goed beheerde grond beter te laten renderen, zodat boeren worden beloond voor goed bodembeheer. Gedacht kan worden aan een bodempaspoort, differentiatie in de planologische status van gronden (bijvoorbeeld een aparte categorie voor biologisch in de Verordening ruimte) of het (privaatrechtelijk) aanbrengen van een kwalitatieve verplichting op gronden.
  • De provincie brengt samen met gemeenten en waterschappen de vergunningverlening op orde. Verschillende vergunningstrajecten voor hetzelfde bedrijf worden voortaan goed gecoördineerd, zodat overheden niet langs elkaar heen werken. Vergunningen van bedrijven die stoppen worden zo snel mogelijk ingetrokken, zodat stilzitters niet worden beloond, zijwaarts uitbreiden wordt voorkomen en de druk in overbelaste gebieden daadwerkelijk afneemt. Uiteindelijk moet worden toegewerkt naar een vergunningensysteem dat veel integraler op duurzaamheid stuurt.
  • Om ervoor te zorgen dat vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) wordt opgeruimd en crimineel gebruik wordt voorkomen, wordt bij de vergunningverlening voor nieuwe stallen al een verwijderingsbijdrage geïnd die in een provinciaal sloopfonds wordt gestort. Ook voor bestaande VAB’s wordt naar een oplossing gezocht waar de sector financieel aan bijdraagt.

    Veiligheid en handhaving

    Een gezonde en duurzame leefomgeving vraagt ook om het stellen van kaders en het handhaven daarvan. Dat vraagt om goede samenwerking tussen overheden, politie en justitie en terreinbeheerders. Mensen die willens en wetens de regels aan hun laars lappen en daarmee anderen schade berokkenen, moeten hard worden aangepakt. Van ondernemers die veelvuldig de regels overtreden wordt de vergunning ingetrokken.

    Daarom wil de PvdA het volgende:

    • De omgevingsdiensten hebben veel meer capaciteit nodig om milieuovertredingen op te sporen en daadwerkelijk te kunnen handhaven. Het is onacceptabel dat agrarische bedrijven nauwelijks worden gecontroleerd, waardoor omwonenden in de stank blijven zitten als gevolg van falende luchtwassers.

    • Boa’s zijn de ogen en oren in het buitengebied, maar zijn met te weinig om hun rol echt goed te kunnen vervullen. Daarom worden structureel meer middelen uitgetrokken om het gezag terug te brengen in het Brabantse buitengebied.

    • Voor het opruimen van drugsdumpingen op particulier terrein wordt gezocht naar een nieuwe regeling waarbij de kosten volledig worden vergoed met behulp van Rijksgeld.
    • Als provincie gaan we proactieve regie voeren op maatschappelijk ongewenste situaties

    (overlast, vervuiling etc.) en stellen we bestaande rechten ter discussie. Daartoe zetten we vaker de ‘phase out’ methode in. Eigenaren krijgen een bepaalde periode de tijd om hun investering terug te verdienen en daarna dient er een transformatie van de locatie plaats te vinden. Voorbeeld zijn de landelijke regels voor de nertsensector. We hebben hierin het bestuurlijke lef om te verkennen wat de bestuursrechter acceptabel acht.

    • We zien ondermijning van de rechtstaat en het openbaar bestuur als een enorme bedreiging. Het is een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid om criminaliteit en ondermijning een halt toe te roepen. We willen daarom dat de taskforce Brabant-Zeeland in Den Haag blijft lobbyen voor meer capaciteit om (drugs)criminaliteit

serieus te kunnen aanpakken. Alle partijen moeten samen optrekken en bijdragen aan

signaleren, opsporen en handhaven.
• Niet alleen repressie, maar ook preventie zijn belangrijk om de criminaliteit in Brabant te

beteugelen. Als er geen alternatief perspectief bestaat kiezen mensen eerder voor de criminaliteit. Daarom dienen de criminele sociale structuren in de wijken te worden doorbroken. Hiervoor werkt de provincie samen met politie, justitie en gemeenten.